Laat jij je blog door AI schrijven? Zo weet je of hij klaar is

Gepubliceerd op 19 september 2026


1) Waarom dit ertoe doet2) Zeven signalen3) De test van twee minuten4) Detectoren geven geen antwoord5) Wat voeg je zelf toe?6) Laat je het door iemand anders doen?7) Waar AI wel goed in is- Conclusie

Je vraagt ChatGPT om een blogartikel over jouw vak. Twintig seconden later staat er tekst die er prima uitziet. Tussentitels, opsommingen, een nette conclusie. Je zet hem online.

En dan gebeurt er niets. Geen verkeer, geen vragen, geen enkele klant die zegt dat hij het gelezen heeft. Dat ligt zelden aan de tool. Het ligt aan wat er nog niet in stond.

TL;DR

Wat: AI-teksten zijn niet verboden door Google. Wat wel bestraft wordt, is massaal publiceren zonder eigen meerwaarde.
Hoe: Je herkent een tekst die nog niet klaar is aan wat er ontbreekt: eigen cijfers, eigen klanten, eigen prijzen en een mening.
Conclusie: Laat AI meeschrijven, maar publiceer niets waar jij zelf niets aan toegevoegd hebt. Jouw naam staat eronder, niet die van de tool.

1) Waarom dit ertoe doet


Laten we beginnen met wat het niet is. Google verbiedt AI-content niet. Dat heeft het bedrijf meermaals bevestigd. Het beoordeelt het resultaat, niet het gereedschap.

Wat Google wel aanpakt, heet scaled content abuse: massaal pagina's publiceren die vooral bestaan om zoekresultaten in te nemen, zonder dat ze iets toevoegen. Sinds 2024 staat dat expliciet in het beleid, en het maakt niet uit of een mens of een machine ze schreef.

Het echte risico zit trouwens niet bij Google. Het zit bij je lezer. Een artikel met een verzonnen cijfer of een verkeerde wettelijke uitleg staat onder jouw logo. Valt een klant daarover, dan ben jij degene die uitleg moet geven.

En er is nog iets. Teksten die overal hadden kunnen staan, bouwen geen autoriteit op. Je vult dan een contentkalender in, je werkt niet aan je vindbaarheid.

2) Zeven signalen dat je tekst nog niet klaar is


Geen enkel signaal is op zich een probleem. Vier of vijf samen wel.

  1. Er staat geen enkel eigen cijfer in. Geen prijs, geen doorlooptijd, geen resultaat van een echte klant. Alleen algemeenheden.
  2. Er staat geen enkele naam in. Geen klant, geen leverancier, geen tool die je zelf gebruikt.
  3. Er staat geen mening in. Elk voordeel krijgt keurig een nadeel, en nergens staat wat de lezer nu eigenlijk moet doen.
  4. De aanloop. De inleiding begint bij de snel veranderende digitale wereld in plaats van bij het probleem van je lezer.
  5. Alles komt in drieën. Drie voordelen, drie tips, drie stappen. Altijd drie, ook wanneer er vier zijn.
  6. Elke sectie is even lang. Een mens schrijft ongelijk, want over het ene onderwerp weet hij nu eenmaal meer dan over het andere.
  7. De vormpjes. Het lange gedachtestreepje overal, opsommingen die met vette woorden beginnen, en steeds dezelfde zinsbouw van het type dit is geen X, dit is Y.

Dat laatste is een vormsignaal, geen bewijs. Er zijn uitstekende schrijvers die van dat streepje houden. Maar vind je er vier van de zeven terug in elk artikel dat je publiceert, dan is dat geen toeval.

3) De test die twee minuten duurt


Neem de tekst die je net gegenereerd hebt en doe dit voor je publiceert.

Zoek de bron van elk cijfer

Staat er een percentage of een bedrag in, zoek dan waar het vandaan komt. Vind je het nergens terug, gooi het eruit. Een model dat een cijfer niet kent, verzint er soms gewoon een dat plausibel klinkt.

Zoek één zin letterlijk op

Plak een volledige zin tussen aanhalingstekens in Google. Komt diezelfde zin in varianten op tien andere sites voor, dan is je artikel een samenvatting van het internet en niet van jouw vak.

Tel hoe vaak jouw bedrijf erin voorkomt

Niet je naam in de titel of onderaan, maar echt: jouw manier van werken, jouw prijzen, jouw klanten, jouw fouten van vroeger. Nul keer is een slecht teken.

Lees het luidop voor

De snelste test die er is. Zinnen die je nooit zou uitspreken tegen een klant aan de telefoon, horen niet in je blog.

4) Waarom een AI-detector je niets leert


Er bestaan tools die je een percentage geven: deze tekst is voor 87% door AI geschreven. Je mag ze gebruiken, maar hang er geen conclusie aan.

AI-detectie werkt op statistiek, niet op bewijs. Ze geeft valse positieven bij mensen die helder en gestructureerd schrijven, en valse negatieven bij een AI-tekst die iemand vijf minuten heeft bijgewerkt. Verschillende detectoren geven je op dezelfde tekst ook gewoon andere cijfers.

De vraag is trouwens niet of er AI aan te pas kwam. De vraag is of er iemand met verstand van zaken naar gekeken heeft voor het online ging.

5) Wat voeg je zelf toe voor je publiceert?


Dit is het werk dat AI niet voor je kan doen, en meteen ook het enige deel waarom iemand jouw artikel leest in plaats van dat van een ander.

  • De vraag die een klant je vorige week stelde. Letterlijk, met zijn woorden. Dat is meteen je inleiding.
  • Je eigen cijfers. Wat kost het bij jou, hoe lang duurt het, hoeveel klanten deden dit al.
  • Een standpunt. Zeg wanneer iets geen goed idee is. Dat maakt de rest van je tekst meteen geloofwaardiger.
  • Eén voorbeeld uit je praktijk. Ook zonder klantnaam, ook als het misliep.
  • Je eigen stem. Wij schreven onze tone of voice uit, en pas daarna konden we benoemen wat er in een tekst fout ging.
  • Links naar je eigen pagina's. Een AI kent je site niet. Interne links zijn wel wat je vindbaarheid vooruit helpt.

Ben je daar tien minuten mee bezig, dan heb je van een generieke tekst iets van jezelf gemaakt. Lukt dat niet, publiceer hem dan gewoon niet. Eén artikel per maand dat ergens over gaat, doet meer dan vier die niets toevoegen.

6) Laat je het door iemand anders schrijven?


Betaal je een bureau of een freelancer om je blog te vullen, dan gelden dezelfde regels. Alleen moet je ze nu afspreken in plaats van zelf uitvoeren.

  • Transparantie. Mag er AI gebruikt worden, en waarvoor? Voor research en structuur is dat iets anders dan voor de volledige tekst.
  • Elk cijfer heeft een bron. Anders gaat het eruit.
  • Jouw kennis zit erin. Dat betekent dat er af en toe iemand van bij jou een kwartier moet meedenken. Anders krijg je onvermijdelijk algemeenheden terug.
  • Wie herstelt een fout, en op wiens kosten?

Een bureau dat eerlijk werkt, vindt die vragen normaal. Wij krijgen ze zelf ook en beantwoorden ze graag. Wie erop reageert met een planning in plaats van een antwoord, weet je genoeg.

7) Waar AI wel goed in is


Voor alle duidelijkheid: wij zijn niet tegen AI in het schrijfproces. Ze is uitstekend in het verzamelen van bronnen, in het voorstellen van een structuur, in het korter maken van een te lange alinea, in het schrijven van een meta description en in het nakijken van je spelling.

Waar ze niet goed in is: weten wat jouw klanten vorige week vroegen, weten wat een project bij jou kost, en weten wanneer je iets beter niet doet. Dat zijn net de stukken waarvoor iemand je artikel opent.

De gulden regel die we zelf hanteren: AI schrijft mee, jij beslist. Hoe je dat praktisch aanpakt zonder je vindbaarheid te kelderen, staat in AI gebruiken voor content.

Conclusie


Samenvattend: het probleem is niet dat je AI gebruikt. Het probleem is tekst publiceren die overal had kunnen staan, waar niemand met kennis van zaken naar gekeken heeft, en waar jouw naam onder komt.

Neem je laatste vier artikels erbij en doe de test van twee minuten. Vind je nergens je eigen cijfers, je eigen klanten of een mening, dan weet je wat er te doen staat.

Wil je weten wat je blog vandaag opbrengt? Vraag een gratis audit aan, dan bekijken we het samen.

Dit artikel werd geschreven door KNEET.

Wij zijn een Belgisch marketingbureau met een sterke focus op online marketing via kanalen zoals Facebook, Instagram, nieuwsbrieven en Google Ads. Daarnaast bouwen en optimaliseren we converterende websites en webshops.
Sinds 2016 kenden we al 100+ tevreden klanten in tal van sectoren.
Maken we binnenkort eens vrijblijvend kennis?

Genoeg gescrold!

Tijd voor actie. Het leven is aan de rappen. Uiteraard vrijblijvend!